Hoe kun je doorslaan met je veranderverhaal?


De woorden veranderverhaal en storytelling zijn in de veranderkunde inmiddels ingeburgerd. Ook ik gebruik de term veranderverhaal stelselmatig voor het geheel aan tekst, beeld en geluid van veranderaars over de verandering, zowel op het podium als bij de koffieautomaat. In het @rtikel van deze maand verken ik twee diepere lagen die onder elk veranderverhaal liggen en die beide een valkuil worden als veranderaars erin doorslaan.

‘Mijn waardeoordeel is jouw waardeoordeel’

Een verandering (‘van A naar B’) bestaat bij de gratie van een waardeoordeel dat B beter is dan A. Maar wat iemand goed of slecht vindt –voor zichzelf, voor anderen, voor de organisatie- is per definitie subjectief. Het wordt  gekleurd door zijn persoonlijkheid, door zijn drijfveren, behoeften en belangen, en door zijn persoonlijke situatie en voorgeschiedenis. Wat voor de ene persoon als een probleem voelt, is voor de ander een uiterst comfortabele situatie. Wat voor de een een aantrekkelijke bestemming is, kan de ander juist tegenstaan. ‘Het’ verhaal bestaat dus niet: er zijn zoveel verhalen als er mensen zijn die door de verandering geraakt worden. Waar hun waardeoordelen over A en B blijken te overlappen kan een gedeeld gevoel voor richting ontstaan dat verandering mogelijk maakt.

Daarmee wordt duidelijk wat de functie van het veranderverhaal is. Een krachtig veranderverhaal activeert het waardeoordeel van de ander; het stelt hem in staat de balans op te maken wat hij slecht vindt aan A en goed aan B. De ander zal die balans onvoldoende kunnen opmaken als de veranderaar zijn eigen waardeoordelen als universeel geldig presenteert (‘het is toch vreselijk dat….’, ‘we willen toch allemaal…’). Die ruimte zal wel voelbaar zijn als de veranderaar de ander niet benadert met het verhaal, maar met zijn verhaal: hoe hij als mens van vlees en bloed naar de situatie in A en B kijkt en welke waardeoordelen dat bij hemzelf activeert.

‘Mijn emoties zijn jouw emoties’

Emoties zijn hot in de veranderkunde. Dat is niet onterecht. De ander zal zich pas kunnen verbinden aan een verandering als het verhaal een snaar raakt in het hart (zijn emoties), in het hoofd (zijn verstand) en in de buik (zijn belang). De stelling dat een veranderverhaal meer moet zijn dan een powerpoint-presentatie met tekst in bullets, grafieken en cijfers mag dus inmiddels bekend worden verondersteld.

Maar je kunt ook naar de andere kant doorslaan. Aan die kant van het spectrum lopen we tegen de valkuilen aan die het woord ‘verhaal’ zelf al met zich meebrengt. Het heeft toch iets merkwaardigs dat we dat woord gebruiken voor iets dat juist geen fictie mag zijn. In films en romans is het gebruikelijk om emoties van angst, verdriet, blijdschap en ontroering op de ander over te dragen met gebruikmaking van een scala aan dramatische technieken. Iemand die een film aanzet of een roman openslaat doet dat ook met de intentie zich daaraan over te geven; om even te ontsnappen aan de realiteit van alledag. Maar de verandering is de realiteit van alledag. Alle stijlfiguren, ontleend aan de fictie, die aan dat gevoel van ontsnapping moeten bijdragen zijn dus voor de veranderaar gevaarlijk terrein. Bijvoorbeeld het ten tonele voeren van een held, de obstakels en bay guys die hij moet overwinnen en de dramatische ontknoping die onvermijdelijk toewerkt naar een happy end.

Natuurlijk mag de veranderaar de emoties laten zien die de verandering bij hem zelf losmaakt: zijn enthousiasme, zijn onzekerheid, zijn verdriet en zijn ontroering. Als dat tenminste helpt om de betekenis van de verandering voor de ander te verhelderen. De intenties van de veranderaar zouden moeten zijn om zijn emoties te delen, niet om ze te vermenigvuldigen. Dan zou hij namelijk de grens overgaan naar het bespelen van het gemoed van de ander. Die grens is in de praktijk goed te markeren, die ligt namelijk op het moment dat er tijdens het verhaal een spreekwoordelijk strijkorkestje mee gaat spelen; lieflijk als de veranderaar speelt op het sentiment, en dreigend als hij de kaart trekt van de morele verontwaardiging.

Die emoties die de veranderaar zo probeert over te dragen activeren de ander niet, ze verdoven hem. Dan kan het verhaal niet meer de functie vervullen die ik er hierboven aan gegeven heb: het de ander in staat stellen zijn eigen waardeoordeel te vormen over de verandering. Het zijn niet de emoties van de veranderaar, maar het waardeoordeel van de ander die zijn emoties zouden moeten losmaken.

Annemarie Mars, december 2014

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Abonneer je hier op mijn blog

Tien keer per jaar zoek ik naar antwoorden op een prangende vraag over verandering.

(En vanaf november 2018 zijn de blogs ook in het Engels te lezen)

Klik hier om te abonneren