Richting in zes kernwoorden

Als je deze pagina hebt geopend, ben/wil je met anderen in gesprek om een veranderopgave af te pellen. Je beschikt over een setje vloerkaartjes/viltjes waar de QR-code naar deze pagina op staat.

Hieronder vind je de uitleg.

Het doel

De werkvorm is bedoeld om de richting van een (complexe) veranderopgave solide te maken; om te onderzoeken of hij voldoende doordacht én doorvoeld is om in het gesprek erover verder te kunnen komen.

‘De’ richting bestaat niet; hij bestaat in het gevoel en verstand van elke veranderaar. In deze oefening pellen we dus de richting van één van jullie af, ook als jullie deze beweging samen willen maken. Of die richting door de anderen gedeeld wordt is (nog) niet aan de orde. Want een gedeelde richting die niet solide is, zal uiteindelijk stilvallen.

Jullie hoeven het dus niet eens te worden.

Zes woorden

In onderstaande afbeelding zie je hoe je de zes woorden ten opzichte van elkaar horen te liggen om het gesprek zo scherp mogelijk te voeren.

‘Jouw’ veranderopgave

Het afpellen van een op veranderopgave werkt het beste als je een opgave kiest waarin jij jezelf ziet als een ‘veranderaar’ (als de ‘je’ in de zin Hoe krijg je ze mee?). Als iets dat jij zelf wilt bereiken.

Mocht je een opgave kiezen van een veranderaar die er zelf niet bij is (bijvoorbeeld van een opdrachtgever of het hoofdkantoor), beperk je dan tot wat je deze veranderaar erover heb horen zeggen, en inventariseer welke vragen je nog te stellen hebt. Blijf weg van interpretaties over wat jij denkt dat deze veranderaar wil.

Instructie

De werkvorm gaat als volgt:

  1. leg de kaartjes in de aangegeven opstelling op de grond (op tafel mag ook, maar op de vloer werkt nog beter!)
  2. kies de inbrenger: degene aan die haar/zijn opgave gaat inbrengen. Die gaat naast de kaartjes staan
  3. kies een loper; een andere deelnemer die over de kaartjes gaat lopen
  4. de inbrenger vertelt de anderen over de opgave, de loper beweegt over de kaartjes waar de inbrenger woorden aan wijdt.
  5. de loper en de anderen bevragen de inbrenger over de elementen die niet aan bod komen en waar ze voelen dat de samenhang tussen de kaartjes nog niet duidelijk is.
  6. beperk elke ronde tot maximaal 20 minuten, dan wisselen van inbrenger/opgave en loper.

Vormen van ruis

Sommige woorden die inbrenger kan gebruiken geven geen solide richting maar tot ruis. Die zal in het gesprek erover disfunctionele heftigheid geven.

In deze blogs lees je waarom:

In uitstapje 1 van Leuk is anders (bladzijde 27) staan nog meer vormen van ruis.

Voor de liefhebber

Dit is hoe het plaatje staat in Leuk is anders.

De kaart hieronder kun je gebruiken om de vragen te vinden waarmee je van het ene kaartje naar het andere komt.

Deze video gaat over de voor wie en de door wie:

Deze blogs gaan over (één van) de zes woorden…

En op deze pagina vind je nog veel meer inspiratiemateriaal in de vorm van video’s, podcasts, blogs en e-books.

Succes met het gesprek over verandering!

Annemarie Mars