Een verandering is pas geslaagd als mensen zich eraan hebben gecommitteerd*. En dus is er alles aan gelegen dat je daar als veranderaar enig zicht op hebt.
Maar hoe doe je dat?
Een verandering is pas geslaagd als mensen zich eraan hebben gecommitteerd*. En dus is er alles aan gelegen dat je daar als veranderaar enig zicht op hebt.
Maar hoe doe je dat?
In liefde, oorlog en verandering is alles geoorloofd. Het veranderkundig pallet is pas compleet als je niet alleen je mogelijkheden overziet om een verandering te laten slagen, maar ook om een verandering tegen te houden. Naar die mogelijkheden ga ik in dit blog op zoek.
Vergeet het maar.
Ik hoop dat de poetsinstructie die mijn zoon vorige week van de tandarts kreeg ervoor zal zorgen dat hij nooit meer gaatjes krijgt.
Hier streef ik een blijvende gedragsverandering na. Ik ben me er zeer van bewust dat de grootste uitdaging is om oude gedragspatronen -ook die van mij- voor altijd achter ons te laten. Die uitdaging staat in het vakgebied verandermanagement terecht volop in de belangstelling.
De bovenstaande vraag ben ik de laatste tijd op internetfora meer dan eens tegengekomen. Op mij oefent die zin nogal een dreigende werking uit: het voelt in elk geval niet als een open vraag waarvan elk antwoord op goedkeuring kan rekenen.
De vraag lijkt veranderaars zelfs in te delen in twee groepen: de helden die deel van zijn de oplossing en de sukkels die deel zijn van het probleem. Dan is de keuze waar je bij wilt horen snel gemaakt.
Eén van de vele factoren die bepalen of een verandering kans van slagen heeft, is de aantrekkingskracht die hij op de ander uitoefent. Dat betekent niet dat een voor de ander aantrekkelijke verandering altijd slaagt, noch dat een niet aantrekkelijke verandering altijd tot mislukken gedoemd is. Het betekent wel dat veranderaars alle aantrekkingskracht die ‘erin
De verzuchting ‘ik moet vaker loslaten’ is onder veranderaars regelmatig te horen. Loslaten wordt blijkbaar erkend als een belangrijk maar veelal onderbelicht onderdeel van het repertoire. In het blog van deze maand zet ik er dus de schijnwerper op.
Het stimuleren van urgentiegevoel is een door velen erkende manier om mensen mee te krijgen. Er kunnen zich in veranderingen echter talrijke situaties voordoen waarin het onder de aandacht brengen van de urgentie onbedoeld meer hindert dan helpt*. In dit blog heb ik zeven aanbevelingen verzameld om dat te voorkomen.
Bottom-up veranderen, de werkwijze waarin de mensen op de werkvloer organisatieveranderingen zelf vormgeven, staat volop in de belangstelling. Dat is niet geheel ten onterechte. Juist op de werkvloer is de expertise en ervaring aanwezig om te zorgen dat veranderingen legitiem, haalbaar en uitvoerbaar zijn. Door medewerkers (mede) aan het stuur te zetten van veranderingen kan
Organisatieveranderingen kunnen de neiging hebben om gaandeweg in omvang toe te nemen. Tijdens de rit komen er steeds meer zaken bij die ook moeten mee veranderen. Met elke uitbreiding groeit de complexiteit, neemt het overzicht en de vaart af en raakt het te bereiken eindpunt steeds meer uit zicht. Het gevolg is dat de verandering
Als er in managementland een ‘heilige graal’ zou moeten worden aangewezen, dan komt het begrip ‘veranderbereidheid’ zeker in aanmerking. Voor dit blog ben ik daarom op zoek gegaan naar antwoorden op de vraag hoe je de veranderbereidheid van medewerkers verhoogt. Ik heb er vijf gevonden. Door realistische verwachtingen te hebben Wat bepaalt of een medewerker
Je kunt een manager niet ongelukkiger maken dan door hem te confronteren met een besluit, een plan of een visie van ‘boven’, waar hij niet in gelooft, met de opdracht het per ommegaande te implementeren in zijn team. In dit blog verken ik de mogelijkheden voor managers om met deze lastige situatie om te gaan.