Een risico bij veranderingen is dat ze verwateren. Na een voortvarende start valt de organisatie sluipend terug in het oude patroon.
Vandaar dat in organisaties het woord borging zo vaak valt. De Van Dale omschrijft het woord als ‘beschermen tegen verwateren’. In veranderende organisaties gebruiken we het woord in vier betekenissen. Elke betekenis wijst naar iets anders om te doen.
En bij drie van de vier is het geen fase.
1. Borging door commitment
De beste bescherming tegen verwatering is het commitment van de mensen die de verandering tot leven wekken. Als zij de verandering begrijpen en omarmen, dan doen ze het – en blijven ze het doen.
In deze betekenis is het een valkuil om borging te zien als de laatste fase van een verandering. Alsof verandering ook nog iets anders is dan borging.
Als je de verandering eerst helemaal uitdenkt en dan aan commitment gaat werken, zijn de beste manieren om mensen te betrekken en te bereiken gepasseerd.
2. Borging door nazorg
Juist als je denkt dat het klaar is, is een verandering het meest kwetsbaar. Mensen voelen zich nog onwennig, er zijn kinderziektes en er duiken onbedoelde neveneffecten op. Die stellen het bereikte commitment op de proef, en dan verwatert de verandering alsnog.
Borging heeft dus ook de betekenis van ‘de vinger aan de pols houden’, totdat de organisatie zelf verder kan.
In die betekenis kunnen we borging wél zien als de laatste fase van een verandering.
Maar om de vinger aan de pols te houden moet de hartslag al wel op orde zijn gebracht. Anders is het nog te vroeg om al van nazorg te spreken.
3. Borging door verankeren
Soms bedoelen we met borging dat we de inrichting van de organisatie willen herijken aan de verandering. We noemen dat ook wel verankeren. Want als de inrichting van de organisatie niet mee verandert, houdt hij het oude gedrag in stand.
De andere organisatie dient het gedrag te ondersteunen dat de verandering tot leven wekt: in besturing, structuur, processen en systemen. Die andere organisatie is onlosmakelijk onderdeel van een solide richting. Dat is niet de laatste fase: het is permanent onderwerp van gesprek.
4. Borging door regels en handhaving
Als je ziet dat een verandering verwatert, kan een tegenreactie zijn om naleving te controleren en regels en sancties op te leggen die het gewenste gedrag alsnog afdwingen.
Maar als de verwatering het gevolg is van een gebrek aan commitment, maak je het zo alleen maar erger. Regels en controles kunnen commitment niet compenseren. Dan is niet de vraag: hoe kunnen we de verandering borgen? Maar: wat is er aan de hand?
Annemarie Mars, mei 2026 (dit blog is een bewerking uit een eerdere post uit 2014)
Lees meer →


(of: wat we van ziekenhuisseries kunnen leren)
Discussie heeft een slechte naam. Want overtuigen werkt niet om mensen mee te krijgen, zeggen we dan. Laat staan als mensen elkáár gaan overtuigen.
Maar soms kan het wel. Is het mogelijk én nodig dat we op het scherpst van de snede met elkaar redetwisten. Het kan onder vier condities:
1. 𝐀𝐥𝐬 𝐞𝐫 𝐞𝐞𝐧 𝐠𝐞𝐝𝐞𝐞𝐥𝐝 𝐩𝐫𝐨𝐛𝐥𝐞𝐞𝐦 𝐢𝐬
Discussie heeft zo’n slechte naam gekregen omdat mensen denken dat ze kunnen discussiëren of iets een probleem is. Want een probleem gaat over een waarde die in het geding is, en waarden zitten in het gevoel. Over gevoel valt niet te (rede)twisten. Je kunt jullie gevoel naast elkaar leggen, maar niet ter discussie stellen.
Waar je wél over kunt discussiëren is welke oplossing het beste werkt om het probleem te verlichten. Daar is het verstand nodig. Over de oplossing kun je maar beter goed redetwisten, want een verkeerde keuze betekent een mislukte verandering.
2. 𝐀𝐥𝐬 𝐣𝐮𝐥𝐥𝐢𝐞 𝐧𝐨𝐠 𝐳𝐨𝐞𝐤𝐞𝐧𝐝𝐞 𝐳𝐢𝐣𝐧
Discussiëren heeft alleen zin als jullie over die oplossing nog geen definitieve posities hebben ingenomen. Met al neigen naar een positie hoeft niets mis te zijn; het gaat erom dat jullie er nog twijfel over toelaten.
3. 𝐀𝐥𝐬 𝐝𝐞 𝐫𝐞𝐥𝐚𝐭𝐢𝐞 𝐭𝐞𝐠𝐞𝐧 𝐞𝐞𝐧 𝐬𝐭𝐨𝐨𝐭𝐣𝐞 𝐤𝐚𝐧
Discussie is een gespreksvorm die snel kan polariseren, omdat hij in de kern neerkomt op het afwisselen van tegenwerpingen. Zelfs als jullie elkaar laten uitpraten, aansluiten op elkaar inbreng en aangeven waar je het al wel over eens bent.
Als je een tegenwerping ziet als een persoonlijke aanval, geeft het gesprek geen richting maar ruzie. Discussie kan alleen werken als jullie tegenspraak kunnen incasseren.
4. 𝐀𝐥𝐬 𝐣𝐞 𝐰𝐞𝐞𝐭 𝐰𝐚𝐧𝐧𝐞𝐞𝐫 𝐣𝐞 𝐦𝐨𝐞𝐭 𝐬𝐭𝐨𝐩𝐩𝐞𝐧 𝐨𝐦 𝐢𝐧 𝐚𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐭𝐞 𝐤𝐨𝐦𝐞𝐧
Discussie heeft zijn zoekende werk gedaan als het gesprek overgaat naar het herhalen van posities. Dan is het zaak te beslissen, te escaleren of een muntje op te gooien, zodat een volgende stap mogelijk is.
𝐁𝐥𝐢𝐣𝐯𝐞𝐧 𝐞𝐫 𝐝𝐚𝐧 𝐧𝐨𝐠 𝐰𝐞𝐥 𝐬𝐢𝐭𝐮𝐚𝐭𝐢𝐞𝐬 𝐨𝐯𝐞𝐫?
Ja hoor. Er worden hele ziekenhuisseries gevuld met verhitte discussies die aan al deze condities voldoen:
✅ Er is een gedeeld probleem (de patiënt is ernstig ziek).
✅ De gesprekspartners zijn nog zoekende (ze zijn druk aan het schrijven en schrappen op een whiteboard).
✅ De relatie kan tegen een stootje (ze zijn ook 𝘣𝘦𝘴𝘵𝘪𝘦𝘴 met een stamkroeg).
✅ Ze weten wanneer ze moeten stoppen om in actie te komen (als de monitor met de 𝘷𝘪𝘵𝘢𝘭𝘴 gaat piepen en één van beide zegt: “it’s your call”).
Dus?
Discussie hoort in je repertoire. Veel situaties lenen zich er niet voor. Daar maakt discussie zijn slechte naam meer dan waar.
Maar als je ook de situaties herkent waarin het wel kan, kun je samen op het scherpst van de snede zoeken naar de best passende oplossing voor een al gedeeld probleem.
Annemarie Mars, mei 2025