Van vogels naar tegels

Ik ga het roer omgooien.

Sinds 2011 schreef ik 131 blogs. Telkens over een andere prangende vraag over verandering. Met een vogelplaatje.

Ik wil blijven schrijven omdat dat het mijn gedachten scherpt en het een fijne vorm van marketing is. Maar in de tussentijd is de wereld van de contentcreator veranderd. En ik heb me daartoe te verhouden als ik jou als lezer wil blijven bereiken.

De doorslaggevende reden om het roer om te gooien is dat het algoritme niet houdt van mijn format waarin ik zoek naar antwoorden op prangende vragen over verandering. Het wil stelligheid en emotie, liefst door morele verontwaardiging. Het laatste kan en wil ik niet bieden. De rode draad in Leuk is anders is juist dat deze energie wel aandacht brengt maar geen verandering. Ik ben ontrouw aan mezelf en aan mijn gedachtegoed als ik daarin mee ga.

Maar stelliger kan ik wel worden, sterker nog, ik merk dat ik als spreker stelliger aan het worden ben. In leuk is anders werk ik met tegeltjes (uitstapje 17). Dat is een speelse vorm om een prikkelende stelling neer te leggen en in een post uit te werken naar de vraag: wat staat je dus te doen? De eerste post heb ik net geplaatst en het smaakt naar meer.

Dat betekent ook afscheid van de vogelplaatjes. Ik heb genoten van het uitzoeken ervan, het laatste jaar ook via AI.  Mensen zijn rare vogels. Maar ze moeten toch plaats maken voor het tegeltje.

Hieronder als ritueel afscheid van het format de 131 prangende vragen waar ik een antwoord op gezocht heb:

  1. Hoe borg je een verandering?
  2. Waarom mag je missie en visie niet met elkaar verwarren?
  3. Wie zijn de hoofdrolspelers in jouw veranderopgave?
  4. Wanneer is micromanagement een probleem?
  5. Waarom is bij aanspreken intentie belangrijker dan techniek? (Of: de stoepranden-regel)
  6. Is verandersubsidie een vloek of een zegen?
  7. Wie mag het zeggen? Of: hoe je wegblijft bij valse ruimte
  8. Wanneer kun je wél discussiëren? (of: wat we van ziekenhuisseries kunnen leren)
  9. Kan een adviseur tegelijkertijd expert en procesbegeleider zijn?
  10. Kunnen we zonder aanspreken?
  11. Wanneer ben je kwetsbaar?
  12. Hoe kun je urgentiegevoel stimuleren zonder mensen bang te maken?
  13. Hoe beoordeel je een plan?
  14. Is veranderen vanuit een kans beter dan vanuit een probleem?
  15. Welke vijf vragen heb je jezelf te stellen als je iemand wil aanspreken?
  16. Heelt tijd alle wonden?
  17. Wat is de belangrijkste succesfactor in verandering?
  18. Wanneer pakt ‘de cliënt centraal’ uit als een stoorzender?
  19. Welke 50 zinnen kun je beter niet zeggen tegen iemand in weerstand?
  20. Hoe bereik je een sense of belonging?
  21. Waarom zou je mensen betrekken?
  22. Hoe begin je het gesprek over gedrag?
  23. Hoe breng je een discussie naar een besluit?
  24. Moet je altijd je redenen geven als je nee zegt?
  25. Met welke vijf woorden maak je een verandering solide?
  26. Waarom zeggen mensen ja maar doen ze nee?
  27. Moeten we af van urgentiedenken?
  28. Hoe zorg je dat mensen een gevoel krijgen bij een verandering?
  29. Is het een belang of een bezwaar?
  30. Bij welke vijf veranderdoelen moet je wegblijven?
  31. Wat is de no go-area in het gesprek over gedrag?
  32. Wat zijn drie lagen in elk veranderverhaal?
  33. Is het weerstand tegen de verandering of tegen jou?
  34. Moeten we uit ons hoofd?
  35. Hoe krijg je premium kwaliteit feedback?
  36. Hoe borg je een verandering? (2)
  37. Hoe overwin je een kaderverslaving?
  38. Welke spreekwoorden kunnen écht niet meer?
  39. Is het moeten of willen?
  40. Hoe ontsnap je aan de warme deken?
  41. Wat staat er in een veranderplan? (Mijn honderdste blog!)
  42. Wat moeten we in verandering met paradigma’s?
  43. Voor wie doen we de verandering eigenlijk?
  44. Moeten we alles samen doen?
  45. Is negativiteit slecht?
  46. Vraag je om advies of om toestemming?
  47. Hoe kun je zien of een veranderopgave solide is?
  48. Waarom ik Johan Remkes een keigoede veranderaar vind
  49. Kun je weerstand overwinnen?
  50. Hoe zorg je dat mensen iets voor elkaar over hebben?
  51. Moeten we af van al die verandercoaches?
  52. Wanneer kun je stoom afblazen?
  53. Wat zijn zeven tekenen van een onvoldragen urgentie?
  54. Wat is de waarde van kernwaarden?
  55. Wat is er mis met streven naar kwaliteit?
  56. Geef je feedback of spreek je aan?
  57. Is elke verandering een gedragsverandering?
  58. Hoe hou je een zoektocht efficiënt?
  59. Met welke vier woorden kun je als leider overeind blijven in turbulente tijden?
  60. Wanneer heeft discussiëren geen zin – en wanneer wel?
  61. Hoe ga je in gesprek over iemands houding? (spoiler: doe het niet)
  62. Wanneer mag je een tweedeling aanbrengen?
  63. Hoe ontsnappen we aan boosheid als verdienmodel?
  64. Wanneer is een gesprek over verandering tijdsverspilling?
  65. Hoe combineer je wendbaarheid met wetenschap?
  66. Wanneer kun je helpen?
  67. Hoe ga je om met negatieve mensen? (en met Facebooktrollen)
  68. Moet je vooral je gevoel volgen?
  69. Wat doen Kwartiermakers, Regiegroepen, Taskforces en Verandermanagers?
  70. Wat is organisch veranderen?
  71. ‘Als ik even mag uitpraten, sukkel?’ (Of: hoe je bij verandering uit de ring blijft)
  72. Is humor een veranderstrategie?
  73. Wat zijn verschijningsvormen van ontkenning?
  74. Hoe zorg je dat medewerkers ruimte nemen?
  75. Is veranderen leuk?
  76. Heeft verandering een mooie verpakking nodig?
  77. Wat is de urgentie van de urgentie?
  78. Moet je de beste willen zijn?
  79. Kun je veranderen zonder urgentie?
  80. Kun je iemand alleen helpen als je in zijn schoenen hebt gestaan?
  81. Ga je voor commitment of compliance?
  82. Wat is er mis met een lerende organisatie?
  83. Wat is het beste verandermodel?
  84. Had John Lennon gelijk?
  85. Hoe wapen je jezelf tegen hekelen?
  86. Hoe veranderbereid ben je eigenlijk zelf?
  87. Zijn er dogma’s in verandering?
  88. Hoe doorbreek je wij-zij denken?
  89. Hoe begeleid je een veranderbijeenkomst als iedereen er anders inzit?
  90. Waarin verschilt urgentiebesef stimuleren van mensen bang maken?
  91. Hoe werk je je eigen weerstand door?
  92. Is het enige dat niet verandert dat alles verandert?
  93. Hoe kun je doorslaan met je veranderverhaal?
  94. Wat is er mis met boze bordjes?
  95. Hoe verdien je vertrouwen?
  96. Wat is de gebruiksaanwijzing voor de alfa-manager?
  97. Hoe vang je reacties op verandering op?
  98. Wat zijn de basisbestanddelen van een solide veranderverhaal?
  99. Hoe verdeel je de aandacht in een veelzijdig krachtenveld?
  100. Hoe lang mag weerstand duren?
  101. Is het ontkenning of weerstand?
  102. Kun je veranderen zonder doel?
  103. Wanneer is een verandering gediend met een projectorganisatie?
  104. Wanneer is veranderen politiek?
  105. Wanneer is ongevraagd adviseren geoorloofd?
  106. Moet je weerstand gewoon negeren?
  107. Op welke manieren kun je ruimte geven in een verandering?
  108. Kun je veranderen alleen omdat het moet?
  109. Wanneer is het stimuleren van eigenaarschap misplaatst?
  110. Hoe kom je van klagers af?
  111. Wanneer is voorbeeldgedrag geen goed idee?
  112. Is verandermanagement passé?
  113. Hoe meet je commitment?
  114. Hoe kun je een verandering tegenhouden?
  115. Hoe houd je de winkel tijdens de verbouwing ongestoord open?
  116. Wat is er mis met blijvende gedragsverandering?
  117. Ben je deel van het probleem of van de oplossing?
  118. Hoe kun je een verandering aantrekkelijk maken?
  119. Wanneer moeten veranderaars kunnen loslaten?
  120. Hoe voorkom je dat urgentie meer kapot maakt dan je lief is?
  121. Wanneer werkt bottom up veranderen?
  122. Waarom dijen organisatieveranderingen uit?
  123. Hoe verhoog je de veranderbereidheid van medewerkers?
  124. Hoe draag je een verandering uit waar je niet achter staat?
  125. Wanneer is organisch veranderen niet zinvol?
  126. Zijn professionals allergisch voor ‘moeten’?
  127. Hoe beoordeel je of een verandering op de goede weg is?
  128. Moeten managers een voorbeeld nemen aan topsportcoaches?
  129. Hoe verander je cultuur?
  130. Hoe regisseer je een veranderbijeenkomst?
  131. Hoe krijg je de lijnmanager mee?
Lees meer →

Over verandermetaforen

De afgelopen 25 jaar versleet ik nogal wat verandermetaforen.

Ik werkte met de weg. Met woorden als bestemming, reizigers, reisleiders, routekaart, horizon, richtingaanwijzer, vehikel, mijlpalen en sporen. Verandering als verplaatsing in de fysieke ruimte.

Ik werkte met de rivier. Naar Heraclitus: alles stroomt. Met woorden als stroomversnelling, luwte, onderstroom, en stilstaand water. Verandering als vloeibare beweging die je hoogstens met een steen iets kunt verleggen.

Ik werkte met de film. Met hoofdrolspelers, (ver)beelden, de rolverdeling, regisseurs, verhalen en zintuigen als camera. Elk beeld in de filmstrip staat voor een waarneembare situatie. Verandering als beweging van situatie naar situatie.

Ze werkten allemaal goed. Ze konden een gesprek over verandering op scherp zetten. Elke metafoor had ook zijn nadelen. In elke metafoor gebruikte ik de letters A en B, die enige uitleg nodig hadden. Want er loopt geen rechte weg van A naar B, de rivier heeft geen begin en eindpunt, de film is nooit klaar.

Sinds 𝘓𝘦𝘶𝘬 𝘪𝘴 𝘢𝘯𝘥𝘦𝘳𝘴 werk ik alleen nog met A en B. Ik heb de letters van de weg gehaald, uit de rivier gevist en uit de film geknipt. De twee letters zijn een metafoor in zichzelf geworden. A staat voor ‘nu’ en B staat voor ‘straks’ zoals je er nu naar kijkt. Twee letters als twee aanwijsbare ijkpunten in de altijd voortgaande tijd.

In deze metafoor zijn A en B wel verbonden door een rechte lijn. Want de tijd loopt onverbiddelijk door: elke dag is er één.

Het fijne van deze manier van kijken is dat het nog sterker het gesprek voedt over wat je te doen staat. Ook in complexe, grillige en onzekere veranderopgaven. Want in elke situatie zijn er maar twee dingen echt zeker: jij bent er en het nu is er. Van daaruit denk je na over wat je wil, en hoe je de tijd gaat gebruiken om op te staan voor een B dat voor jou beter voelt dan A.

Annemarie Mars, juni 2026

 

PS. De wegmetafoor gebruikte ik in de eerste en de tweede editie van 𝘏𝘰𝘦 𝘬𝘳𝘪𝘫𝘨 𝘫𝘦 𝘻𝘦 𝘮𝘦𝘦? (2006, 2016). De riviermetafoor in het eerste hoofdstuk van 𝘋𝘦 𝘧𝘶𝘯𝘤𝘵𝘪𝘦 𝘷𝘢𝘯 𝘧𝘳𝘪𝘤𝘵𝘪𝘦 (2021). De filmmetafoor in 𝘋𝘦 𝘧𝘶𝘯𝘤𝘵𝘪𝘦 𝘷𝘢𝘯 𝘧𝘳𝘪𝘤𝘵𝘪𝘦 en de derde editie van 𝘏𝘰𝘦 𝘬𝘳𝘪𝘫𝘨 𝘫𝘦 𝘻𝘦 𝘮𝘦𝘦? (2023).

Lees meer →

Hoe borg je een verandering?

Een risico bij veranderingen is dat ze verwateren. Na een voortvarende start valt de organisatie sluipend terug in het oude patroon.

Vandaar dat in organisaties het woord borging zo vaak valt. De Van Dale omschrijft het woord als ‘beschermen tegen verwateren’. In veranderende organisaties gebruiken we het woord in vier betekenissen. Elke betekenis wijst naar iets anders om te doen.

En bij drie van de vier is het geen fase.

1. Borging door commitment

De beste bescherming tegen verwatering is het commitment van de mensen die de verandering tot leven wekken. Als zij de verandering begrijpen en omarmen, dan doen ze het – en blijven ze het doen.

In deze betekenis is het een valkuil om borging te zien als de laatste fase van een verandering. Alsof verandering ook nog iets anders is dan borging.

Als je de verandering eerst helemaal uitdenkt en dan aan commitment gaat werken, zijn de beste manieren om mensen te betrekken en te bereiken gepasseerd.

2. Borging door nazorg

Juist als je denkt dat het klaar is, is een verandering het meest kwetsbaar. Mensen voelen zich nog onwennig, er zijn kinderziektes en er duiken onbedoelde neveneffecten op. Die stellen het bereikte commitment op de proef, en dan verwatert de verandering alsnog.

Borging heeft dus ook de betekenis van ‘de vinger aan de pols houden’, totdat de organisatie zelf verder kan.

In die betekenis kunnen we borging wél zien als de laatste fase van een verandering.

Maar om de vinger aan de pols te houden moet de hartslag al wel op orde zijn gebracht. Anders is het nog te vroeg om al van nazorg te spreken.

3. Borging door verankeren

Soms bedoelen we met borging dat we de inrichting van de organisatie willen herijken aan de verandering. We noemen dat ook wel verankeren. Want als de inrichting van de organisatie niet mee verandert, houdt hij het oude gedrag in stand.

De andere organisatie dient het gedrag te ondersteunen dat de verandering tot leven wekt: in besturing, structuur, processen en systemen. Die andere organisatie is onlosmakelijk onderdeel van een solide richting. Dat is niet de laatste fase: het is permanent onderwerp van gesprek.

4. Borging door regels en handhaving

Als je ziet dat een verandering verwatert, kan een tegenreactie zijn om naleving te controleren en regels en sancties op te leggen die het gewenste gedrag alsnog afdwingen.

Maar als de verwatering het gevolg is van een gebrek aan commitment, maak je het zo alleen maar erger. Regels en controles kunnen commitment niet compenseren. Dan is niet de vraag: hoe kunnen we de verandering borgen? Maar: wat is er aan de hand?

Annemarie Mars, mei 2026 (dit blog is een bewerking uit een eerdere post uit 2014)

Lees meer →

Waarom mag je missie en visie niet met elkaar verwarren?

Een bestuurder vroeg me om eens naar hun missie en visie te kijken.

‘Tuurlijk!’ zei ik.

Who cares? dacht ik.

Want niemand leest toch die paragraaf in koersdocumenten en meerjarenplannen. En als mensen het al lezen, halen ze hun schouders op. Het zijn teksten vol vage ambities en open deuren. Ze doen niks.

Maar deze tekst verraste me

Ik zag de twee functies terug die een tekst moet hebben om een goed gesprek over verandering te ondersteunen.

De missie ging over wat ze als organisatie zijn. Hun identiteit. De functie is om te verbinden.

De visie ging over waar ze naartoe werken. Hun toekomstbeeld. De functie is om richting te geven.

De missie is nu, de visie is straks

Zo zag ik ook waarom tekst over missie en visie het gesprek over verandering zo vaak onbedoeld in de weg zit.

Dat gebeurt als je woorden uitspreekt die lijken te gaan over nu terwijl je ze bedoelt als tekst over straks.

Je zegt:

“Wij zijn een organisatie die toegankelijk is voor kwetsbare doelgroepen.”

Terwijl je bedoelt:

Onze grootste opgave is om toegankelijker te worden voor kwetsbare doelgroepen.

Je zegt:

“We leveren maatwerk voor het hoge klantsegment”.

Terwijl je bedoelt:

We willen het hoge klantsegment beter bereiken, en die vragen maatwerk.

Het signaal dat je onbedoeld met je tekst afgeeft is: de situatie die ik beschrijf is er al. We kunnen tevreden achterover leunen.

Je creëert je eigen ontkenning.

Dit geldt trouwens net zo goed als je je tekst over je identiteit geen missie noemt, maar why, purpose, bedoeling of kernwaarden.

Dus?

Ben altijd helder of je praat over nu of over straks. Alleen dan is een scherp gesprek over verandering mogelijk.

Dit blog verscheen op LinkedIn in de vorm van een carousel:

Lees meer →

Wanneer is micromanagement een probleem?

Ik was aan het micromanagen.

Ik wist dat ik het deed. Ik wilde het niet doen, maar ik deed het toch. En erger nog: al micromanagend betrad ik een vakgebied dat niet het mijne was.

Ik vroeg Claude om raad. Dat hielp niet.

Claude zei dat ik verwachtingen vooraf glashelder moest maken. Maar dit ging over onbekend terrein. Je weet niet wat je verwacht totdat je iets krijgt en ziet dat het niet is wat je verwachtte.

Claude zei dat ik niet op moest sturen op het hoe maar op het wat. Maar ik stuurde niet op het hoe. Ik stuurde op de details van het wat.

Claude zei dat ik moest accepteren dat 80% goed genoeg is. Hell no! Dit ging over iets wat heel belangrijk voor me is. Dan is alleen 100% goed genoeg.

Blijkbaar is samenwerken aan iets dat onbekend én heel belangrijk voor je is, en waarvoor je leunt op het vakmanschap van de ander, een spannende aangelegenheid.

Wat leerde ik wel?

Dat de crux van zo’n proces niet ligt in een heldere opdrachtverstrekking. Ook niet in sturing op het wat, noch in het intomen van mijn perfectionisme.

Het ligt in het aangaan van een zoekproces. Je zoekt samen naar de best passende combinatie tussen een middel (wat) en een doel (waartoe). Het doel komt van mij als opdrachtgever, het middel van de ander als vakmens. In ons gesprek moeten doel en middel vrij kunnen botsen, zodat ze elkaar steeds dichter kunnen naderen.

In zo’n proces is micromanagement niet bij voorbaat problematisch. Ik mag me als opdrachtgever bemoeien met de details. Want ook in de details van het middel wordt mijn bedoeling voelbaar.

Er ontstaat wel een probleem als ik aan het beunen sla op het vakgebied van de ander en de ander dat toestaat. Want dan weten we zeker dat ik niet het best passende middel krijg.

Dat vraagt een contractering die niet zozeer gaat over de inhoud. Wel over de manier waarop we elkaar tegengas gaan geven, ieder vanuit onze rol. Dát is de verwachting die vooraf glashelder moet zijn.

Zodat we open blijven staan voor elkaars inbreng. Zodat we elkaar niet kwijtraken als de botsing tussen doel en middel zich in alle scherpte voltrekt.

Alleen dan kan ons gesprek uitmonden in een middel dat precies de bedoeling tot leven wekt en dat geen van beiden vooraf hadden kunnen bedenken.

 

Annemarie Mars, maart 2026

Fotocredits: “Canada Geese” by Pat Waggener is licensed under CC BY- 2.0.

Lees meer →

Waarom is bij aanspreken intentie belangrijker dan techniek? (Of: de stoepranden-regel)

We kennen allemaal de techniek van aanspreken. Doe het onder vier ogen. Zorg voor hoor en wederhoor. Benoem gedrag. Erken ook je eigen aandeel.
Dit soort regels zijn niet verkeerd. Maar ze werken alleen als de intentie eronder goed is.

Want gedrag dat jij problematisch vindt is vaak een signaal dat de ander zich steeds minder betrokken voelt bij haar werk, bij haar team, bij de organisatie of bij jou. Als je zo iemand boos of geïrriteerd aanspreekt, heb je de kans dat ze nog meer afstand neemt.

Iemand aanspreken heeft alleen effect als je de relatie wilt herstellen. Als de ander zich uitgenodigd voelt om terug te keren naar de kudde.

Dit doet me denken aan een spelletje dat ik als kind veel speelde: stoepranden. Bij stoepranden moet je de bal precies op de rand van de stoep aan de overkant kaatsen, zodat je hem zelf weer kunt vangen.

Dezelfde behoefte is nodig als je iemand aanspreekt: om de ander zo te raken dat ze terugkomt.

Annemarie Mars, December 2025

Lees meer →

Is verandersubsidie een vloek of een zegen?

Subsidies zijn een krachtig middel om maatschappelijke opgaven te realiseren. Dat is natuurlijk een zegen als het verandering mogelijk maakt die zonder externe financiering niet van de grond zou zijn gekomen.

Maar subsidies kunnen verandering ook in de weg zitten. Geld dat bedoeld was als aanjager van verandering wordt een stoorzender. Want om subsidie te krijgen is een plan nodig dat aan strikte eisen moet voldoen. In theorie zit er geen lucht tussen de eisen aan de subsidie en de condities voor verandering. In de praktijk wel.

De geplande realiteit van het plan schuurt met de grillige dynamiek van verandering. Dat maakt de opgave nog complexer dan hij uit zichzelf al is. Van de veranderaars vraagt dit dat ze de spanning tussen die twee werelden kunnen hanteren.

De sleutel ligt de gedeelde urgentie en ambitie voor deze opgave; het commitment dat de veranderaars met elkaar zijn aangegaan over de bedoeling van deze opgave. Dat zou in beide werelden de richtingaanwijzer moeten zijn.

Geld wordt een vloek als het de richtingaanwijzer overschaduwt. Dan staat de deur open voor keuzes die (ook) vanuit een andere urgentie worden ingegeven. Of de noodzaak om het geld uit te geven wordt een urgentie op zichzelf.

Dus?

Maak volop gebruik van de mogelijkheden die subsidies voor je veranderopgave bieden. En laat geld nooit de functie van richtingaanwijzer overnemen van de werkelijke bedoeling.

Annemarie Mars, december 2025

 

Lees meer →

Wie mag het zeggen?

(Of: hoe je wegblijft bij valse ruimte)

Veel veranderingen hebben last van valse ruimte.

Valse ruimte geeft weerstand, wantrouwen en onveiligheid die niets met de inhoud van de verandering te maken heeft, maar alles met verborgen zeggenschap.

In de carrousel laat ik je vijf manieren zien om de zeggenschap in een gesprek te verdelen, en hoe je valse ruimte kunt herkennen.

Annemarie Mars, mei 2025

PS: Meer weten?

Lees meer →

Wanneer kun je wél discussiëren?

(of: wat we van ziekenhuisseries kunnen leren)

Discussie heeft een slechte naam. Want overtuigen werkt niet om mensen mee te krijgen, zeggen we dan. Laat staan als mensen elkáár gaan overtuigen.

Maar soms kan het wel. Is het mogelijk én nodig dat we op het scherpst van de snede met elkaar redetwisten. Het kan onder vier condities:

1. 𝐀𝐥𝐬 𝐞𝐫 𝐞𝐞𝐧 𝐠𝐞𝐝𝐞𝐞𝐥𝐝 𝐩𝐫𝐨𝐛𝐥𝐞𝐞𝐦 𝐢𝐬

Discussie heeft zo’n slechte naam gekregen omdat mensen denken dat ze kunnen discussiëren of iets een probleem is. Want een probleem gaat over een waarde die in het geding is, en waarden zitten in het gevoel. Over gevoel valt niet te (rede)twisten. Je kunt jullie gevoel naast elkaar leggen, maar niet ter discussie stellen.

Waar je wél over kunt discussiëren is welke oplossing het beste werkt om het probleem te verlichten. Daar is het verstand nodig. Over de oplossing kun je maar beter goed redetwisten, want een verkeerde keuze betekent een mislukte verandering.

2. 𝐀𝐥𝐬 𝐣𝐮𝐥𝐥𝐢𝐞 𝐧𝐨𝐠 𝐳𝐨𝐞𝐤𝐞𝐧𝐝𝐞 𝐳𝐢𝐣𝐧

Discussiëren heeft alleen zin als jullie over die oplossing nog geen definitieve posities hebben ingenomen. Met al neigen naar een positie hoeft niets mis te zijn; het gaat erom dat jullie er nog twijfel over toelaten.

3. 𝐀𝐥𝐬 𝐝𝐞 𝐫𝐞𝐥𝐚𝐭𝐢𝐞 𝐭𝐞𝐠𝐞𝐧 𝐞𝐞𝐧 𝐬𝐭𝐨𝐨𝐭𝐣𝐞 𝐤𝐚𝐧

Discussie is een gespreksvorm die snel kan polariseren, omdat hij in de kern neerkomt op het afwisselen van tegenwerpingen. Zelfs als jullie elkaar laten uitpraten, aansluiten op elkaar inbreng en aangeven waar je het al wel over eens bent.

Als je een tegenwerping ziet als een persoonlijke aanval, geeft het gesprek geen richting maar ruzie. Discussie kan alleen werken als jullie tegenspraak kunnen incasseren.

4. 𝐀𝐥𝐬 𝐣𝐞 𝐰𝐞𝐞𝐭 𝐰𝐚𝐧𝐧𝐞𝐞𝐫 𝐣𝐞 𝐦𝐨𝐞𝐭 𝐬𝐭𝐨𝐩𝐩𝐞𝐧 𝐨𝐦 𝐢𝐧 𝐚𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐭𝐞 𝐤𝐨𝐦𝐞𝐧

Discussie heeft zijn zoekende werk gedaan als het gesprek overgaat naar het herhalen van posities. Dan is het zaak te beslissen, te escaleren of een muntje op te gooien, zodat een volgende stap mogelijk is.

𝐁𝐥𝐢𝐣𝐯𝐞𝐧 𝐞𝐫 𝐝𝐚𝐧 𝐧𝐨𝐠 𝐰𝐞𝐥 𝐬𝐢𝐭𝐮𝐚𝐭𝐢𝐞𝐬 𝐨𝐯𝐞𝐫?

Ja hoor. Er worden hele ziekenhuisseries gevuld met verhitte discussies die aan al deze condities voldoen:

✅ Er is een gedeeld probleem (de patiënt is ernstig ziek).

✅ De gesprekspartners zijn nog zoekende (ze zijn druk aan het schrijven en schrappen op een whiteboard).

✅ De relatie kan tegen een stootje (ze zijn ook 𝘣𝘦𝘴𝘵𝘪𝘦𝘴 met een stamkroeg).

✅ Ze weten wanneer ze moeten stoppen om in actie te komen (als de monitor met de 𝘷𝘪𝘵𝘢𝘭𝘴 gaat piepen en één van beide zegt: “it’s your call”).

Dus?

Discussie hoort in je repertoire. Veel situaties lenen zich er niet voor. Daar maakt discussie zijn slechte naam meer dan waar.

Maar als je ook de situaties herkent waarin het wel kan, kun je samen op het scherpst van de snede zoeken naar de best passende oplossing voor een al gedeeld probleem.

Annemarie Mars, mei 2025

Lees meer →

Kan een adviseur tegelijkertijd expert en procesbegeleider zijn?

Helpers komen in vele soorten en maten. Twee veelvoorkomende rollen zijn die van de expert en die van de procesbegeleider.

Als je aan helpers vraagt in welke van deze twee rollen ze zich bewegen is het vaak het antwoord: ik doe allebei.

Kan dat?

Lees verder in de carrousel!

Annemarie Mars, september 2011 (bewerkt april 2025)

PS: In De functie van frictie behandel ik de valkuilen van zowel de adviseur als de procesbegeleider in hoofdstuk 12 (over helpen)De functie van frictie

Lees meer →

Kunnen we zonder aanspreken?

Aanspreken op gedrag is een rotinterventie. Niemand wil het doen, al helemáál niemand wil het ondergaan en het maakt meer kapot dan je lief is.

Terwijl er ook alternatieve interventies bestaan, die minder heftig zijn.

Dus ik dacht: wat nou als we een beslisboom hebben, die laat zien in welke situaties we met die alternatieven kunnen volstaan, en die ons ook vertelt welke situaties overblijven waar die rotinterventie toch nodig is.

De aanspreken-cheatsheet, zeg maar.

Dus ik ging aan de slag. En wat schetst mijn verbazing:

ER BLIJVEN GEEN SITUATIES OVER!

Betekent dat dat we helemaal zonder aanspreken kunnen? Dat klinkt te mooi om waar te zijn!

Dus voordat ik er patent op ga aanvragen: mis ik iets?

Annemarie Mars, april 2025

Lees meer →