Ik was aan het micromanagen.
Ik wist dat ik het deed. Ik wilde het niet doen, maar ik deed het toch. En erger nog: al micromanagend betrad ik een vakgebied dat niet het mijne was.
Ik vroeg Claude om raad. Dat hielp niet.
Claude zei dat ik verwachtingen vooraf glashelder moest maken. Maar dit ging over onbekend terrein. Je weet niet wat je verwacht totdat je iets krijgt en ziet dat het niet is wat je verwachtte.
Claude zei dat ik niet op moest sturen op het hoe maar op het wat. Maar ik stuurde niet op het hoe. Ik stuurde op de details van het wat.
Claude zei dat ik moest accepteren dat 80% goed genoeg is. Hell no! Dit ging over iets wat heel belangrijk voor me is. Dan is alleen 100% goed genoeg.
Blijkbaar is samenwerken aan iets dat onbekend én heel belangrijk voor je is, en waarvoor je leunt op het vakmanschap van de ander, een spannende aangelegenheid.
Wat leerde ik wel?
Dat de crux van zo’n proces niet ligt in een heldere opdrachtverstrekking. Ook niet in sturing op het wat, noch in het intomen van mijn perfectionisme.
Het ligt in het aangaan van een zoekproces. Je zoekt samen naar de best passende combinatie tussen een middel (wat) en een doel (waartoe). Het doel komt van mij als opdrachtgever, het middel van de ander als vakmens. In ons gesprek moeten doel en middel vrij kunnen botsen, zodat ze elkaar steeds dichter kunnen naderen.
In zo’n proces is micromanagement niet bij voorbaat problematisch. Ik mag me als opdrachtgever bemoeien met de details. Want ook in de details van het middel wordt mijn bedoeling voelbaar.
Er ontstaat wel een probleem als ik aan het beunen sla op het vakgebied van de ander en de ander dat toestaat. Want dan weten we zeker dat ik niet het best passende middel krijg.
Dat vraagt een contractering die niet zozeer gaat over de inhoud. Wel over de manier waarop we elkaar tegengas gaan geven, ieder vanuit onze rol. Dát is de verwachting die vooraf glashelder moet zijn.
Zodat we open blijven staan voor elkaars inbreng. Zodat we elkaar niet kwijtraken als de botsing tussen doel en middel zich in alle scherpte voltrekt.
Alleen dan kan ons gesprek uitmonden in een middel dat precies de bedoeling tot leven wekt en dat geen van beiden vooraf hadden kunnen bedenken.
Annemarie Mars, maart 2026
Fotocredits: “Canada Geese” by Pat Waggener is licensed under CC BY- 2.0.
Lees meer →


(of: wat we van ziekenhuisseries kunnen leren)
Discussie heeft een slechte naam. Want overtuigen werkt niet om mensen mee te krijgen, zeggen we dan. Laat staan als mensen elkáár gaan overtuigen.
Maar soms kan het wel. Is het mogelijk én nodig dat we op het scherpst van de snede met elkaar redetwisten. Het kan onder vier condities:
1. 𝐀𝐥𝐬 𝐞𝐫 𝐞𝐞𝐧 𝐠𝐞𝐝𝐞𝐞𝐥𝐝 𝐩𝐫𝐨𝐛𝐥𝐞𝐞𝐦 𝐢𝐬
Discussie heeft zo’n slechte naam gekregen omdat mensen denken dat ze kunnen discussiëren of iets een probleem is. Want een probleem gaat over een waarde die in het geding is, en waarden zitten in het gevoel. Over gevoel valt niet te (rede)twisten. Je kunt jullie gevoel naast elkaar leggen, maar niet ter discussie stellen.
Waar je wél over kunt discussiëren is welke oplossing het beste werkt om het probleem te verlichten. Daar is het verstand nodig. Over de oplossing kun je maar beter goed redetwisten, want een verkeerde keuze betekent een mislukte verandering.
2. 𝐀𝐥𝐬 𝐣𝐮𝐥𝐥𝐢𝐞 𝐧𝐨𝐠 𝐳𝐨𝐞𝐤𝐞𝐧𝐝𝐞 𝐳𝐢𝐣𝐧
Discussiëren heeft alleen zin als jullie over die oplossing nog geen definitieve posities hebben ingenomen. Met al neigen naar een positie hoeft niets mis te zijn; het gaat erom dat jullie er nog twijfel over toelaten.
3. 𝐀𝐥𝐬 𝐝𝐞 𝐫𝐞𝐥𝐚𝐭𝐢𝐞 𝐭𝐞𝐠𝐞𝐧 𝐞𝐞𝐧 𝐬𝐭𝐨𝐨𝐭𝐣𝐞 𝐤𝐚𝐧
Discussie is een gespreksvorm die snel kan polariseren, omdat hij in de kern neerkomt op het afwisselen van tegenwerpingen. Zelfs als jullie elkaar laten uitpraten, aansluiten op elkaar inbreng en aangeven waar je het al wel over eens bent.
Als je een tegenwerping ziet als een persoonlijke aanval, geeft het gesprek geen richting maar ruzie. Discussie kan alleen werken als jullie tegenspraak kunnen incasseren.
4. 𝐀𝐥𝐬 𝐣𝐞 𝐰𝐞𝐞𝐭 𝐰𝐚𝐧𝐧𝐞𝐞𝐫 𝐣𝐞 𝐦𝐨𝐞𝐭 𝐬𝐭𝐨𝐩𝐩𝐞𝐧 𝐨𝐦 𝐢𝐧 𝐚𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐭𝐞 𝐤𝐨𝐦𝐞𝐧
Discussie heeft zijn zoekende werk gedaan als het gesprek overgaat naar het herhalen van posities. Dan is het zaak te beslissen, te escaleren of een muntje op te gooien, zodat een volgende stap mogelijk is.
𝐁𝐥𝐢𝐣𝐯𝐞𝐧 𝐞𝐫 𝐝𝐚𝐧 𝐧𝐨𝐠 𝐰𝐞𝐥 𝐬𝐢𝐭𝐮𝐚𝐭𝐢𝐞𝐬 𝐨𝐯𝐞𝐫?
Ja hoor. Er worden hele ziekenhuisseries gevuld met verhitte discussies die aan al deze condities voldoen:
✅ Er is een gedeeld probleem (de patiënt is ernstig ziek).
✅ De gesprekspartners zijn nog zoekende (ze zijn druk aan het schrijven en schrappen op een whiteboard).
✅ De relatie kan tegen een stootje (ze zijn ook 𝘣𝘦𝘴𝘵𝘪𝘦𝘴 met een stamkroeg).
✅ Ze weten wanneer ze moeten stoppen om in actie te komen (als de monitor met de 𝘷𝘪𝘵𝘢𝘭𝘴 gaat piepen en één van beide zegt: “it’s your call”).
Dus?
Discussie hoort in je repertoire. Veel situaties lenen zich er niet voor. Daar maakt discussie zijn slechte naam meer dan waar.
Maar als je ook de situaties herkent waarin het wel kan, kun je samen op het scherpst van de snede zoeken naar de best passende oplossing voor een al gedeeld probleem.
Annemarie Mars, mei 2025