Ik vrees de dag dat iemand me vraagt: ‘Zeg Annemarie, jij hebt je beroep gemaakt van veranderen, maar hoe veranderbereid ben je eigenlijk zelf?’
Om meerdere redenen voel ik tegenzin om die vraag te beantwoorden.
Lees meer →
Ik vrees de dag dat iemand me vraagt: ‘Zeg Annemarie, jij hebt je beroep gemaakt van veranderen, maar hoe veranderbereid ben je eigenlijk zelf?’
Om meerdere redenen voel ik tegenzin om die vraag te beantwoorden.
Lees meer →
Ik ken weinig veranderaars, mijzelf meegerekend, die zichzelf dogmatisch zouden noemen. De Van Dale omschrijft een dogma immers als ‘een vastomlijnde, aan geen beredenering meer onderworpen leerstelling’ en verandering drijft juist op het tegenovergestelde: het tegemoet treden van elke nieuwe situatie met een onderzoekende geest. (meer…)
Lees meer →
Wij-zij denken kan veel onheil aanrichten. Het is het patroon waarin de ene groep mensen een andere groep mensen als een belemmering bestempelt om hun doel te bereiken.
Het verwijt verhoogt de drempel om het gesprek met de ander op te zoeken. Dat vergroot de kans op beslissingen die niet werken. Dat draagt weer bij tot meer verwijten en dus tot nog minder bereidheid om het gesprek aan te gaan. Waardoor er nog meer beslissingen genomen worden die niet werken. Enzovoorts.
Wat kun je doen om zo’n negatieve spiraal te doorbreken? (meer…)
Lees meer →Groepsbijeenkomsten zijn een veelgebruikte manier om met medewerkers het gesprek over organisatieveranderingen aan te gaan.
De vraag is hoe je zo’n bijeenkomst begeleidt als de deelnemers er allemaal anders inzitten. Bij de ene deelnemer lijkt de verandering nog niet binnen te komen (‘ontkenning’), bij de ander roept hij vooral twijfels, zorgen en emoties op (‘weerstand’), bij een derde leidt hij tot zelfonderzoek over de eigen rol erin (‘reflectie’) en weer bij een ander wordt hij omarmd (‘verbinding’). Over de vraag wat je als veranderaar in zo’n situatie kunt doen gaat het blog van deze maand.
Mijn antwoord bestaat uit vier tips. (meer…)
Lees meer →
Het laatste wat je als veranderaar wilt is mensen bang maken, want angst werkt verlammend, maakt mensen klein en is (dus) een slechte basis voor verbinding.
Maar soms heeft verandering angstaanjagende kanten. Als de situatie risicovol of dreigend is. Als er banen op het spel staan. Hoe je met dat dilemma kunt omgaan is het onderwerp van het blog van deze maand. (meer…)
Lees meer →
Veranderingen kunnen vele reacties oproepen bij degenen die erdoor geraakt worden. Met name weerstand, de reactie waarbij een verandering bij iemand ‘binnenkomt’ en bezwaren, emoties en belangen losmaakt, kan veranderaars danig op de proef stellen. (meer…)
Lees meer →
‘De wereld om ons heen is voortdurend in beweging’ en ‘ontwikkelingen volgen elkaar razendsnel op’ zijn veelgehoorde stellingen in managementland.
Het is niet te ontkennen dat er veel verandert en dat het tempo waarin veranderingen elkaar opvolgen toeneemt. Toch bemerk ik bij mezelf enige scepsis als ik de woorden ‘het enige dat niet verandert is dat alles verandert’ hoor uitspreken. Die scepsis onderzoek ik in het blog van deze maand. (meer…)
Lees meer →
De woorden veranderverhaal en storytelling zijn in de veranderkunde inmiddels ingeburgerd. Ook ik gebruik de term veranderverhaal voor het geheel aan tekst, beeld en geluid van veranderaars over de verandering, zowel op het podium als bij de koffieautomaat.
In het blog van deze maand verken ik twee diepere lagen die onder elk veranderverhaal liggen en die beide een valkuil worden als veranderaars erin doorslaan. (meer…)
Lees meer →
Als je er eenmaal op gaat letten wordt onontkoombaar duidelijk op hoeveel plaatsen bordjes staan en briefjes hangen met de intentie om ons gedrag te sturen. Een met name fascinerende categorie zijn de bordjes waarin je de boosheid voelt van degene die hem heeft opgehangen.
Wat is daar mis mee? (meer…)
Lees meer →
In deze lastige tijden zijn er weinig mensen die betwisten dat een gebrek aan vertrouwen heeft aangezet tot de crisis waar we ons in bevinden, en dat het weer opbouwen van vertrouwen de sleutel is voor de oplossing ervan.
Ook in organisaties gebruiken we ‘het V-woord’ veel om problematische relaties met managers, medewerkers of klanten te beschrijven (‘het vertrouwen is weg’) of om goed leiderschap te typeren (‘succesvolle leiders geven vertrouwen!’). En dus is de vraag hoe je vertrouwen (terug)verdient een mooi onderwerp voor het blog van deze maand.
Tijdens het schrijven van ‘Jongleren met loyaliteiten’ ben ik op zoek gegaan naar omschrijving van het woord ‘vertrouwen’ en op basis van mijn gezond verstand kwam ik tot de volgende definitie:
Iemand vertrouwt je als hij het gevoel heeft dat zijn belang bij jou in goede handen is
Ik moet erbij vertellen dat het woord ‘belang’ voor mij geen vies woord is. Ik zie het als alles dat voor iemand, het woord zegt het al, ‘belang-rijk’ is. Een belang is niet altijd een eigenbelang: iemand kan ook iets belangrijk vinden voor de organisatie, of voor een ander. Het hebben van een belang is ook niet iets verwijtbaars. Dat verwijt zal de ander niet ontgaan met als gevolg dat hij voelt dat zijn belang bij jou niet in goede handen is. En dan bereik je dus het tegenovergestelde van vertrouwen.
Op de vraag ‘hoe verdien je vertrouwen’ geven mensen soms als antwoord: ‘je krijgt vertrouwen door het te geven’. Volgens mij is dit niet altijd waar en kan het zelfs naïef zijn. Dan ga er al vanuit dat jouw belang bij de ander in goede handen is. Dat is alleen zo als de relatie daarvoor warm genoeg is én als het belang van de ander ruimte laat voor dat van jou. In koude relaties waar zware tegengestelde belangen spelen, is het geven van vertrouwen een zeker recept op het schaden van je eigen belang en dus van het verder schaden van de relatie.
Een ander antwoord op de vraag hoe je vertrouwen verdient is: ‘je krijgt vertrouwen door goed te luisteren naar wat voor de ander belangrijk is en door transparant te zijn over de afwegingen die je maakt die het belang van de ander raken’. Dat antwoord lijkt logisch, maar is nog steeds te makkelijk. Dat luisterend oor en die transparantie zijn namelijk een lege huls als ze niet het gevolg zijn van een dieperliggende behoefte.
Die behoefte is wat ik ‘loyaliteit’ noemen, een begrip dat ik in ‘Jongleren met loyaliteiten’ heb omschreven als:
Je bent loyaal aan iemand als je handelt vanuit de behoefte om dienend te zijn aan zijn belang
De zin ‘ik vertrouw je’ gaat dus over hoe de ander omgaat met wat voor mij belangrijk is, de zin ‘ik ben loyaal aan je’ zegt iets over hoe ik omga met wat voor de ander belangrijk is. En zo zorgt de combinatie van loyaliteit en vertrouwen in een relatie voor wederkerigheid en (daarmee) voor warmte en duurzaamheid. Dat geldt voor elke soort relatie, want loyaliteit hoeft niet alleen naar boven te wijzen. Het kan ook worden gevoeld naar ondergeschikten, naar collega’s, klanten, gezinsleden en toekomstige generaties. En laten we niet vergeten: naar jezelf. Loyaal zijn naar een ander is immers niet hetzelfde als jezelf opofferen.
De uitdaging is dat er in hedendaagse organisaties altijd meerdere belanghebbenden zijn om rekening mee te houden. Hun belangen wijzen niet altijd in dezelfde richting. Je kunt dus loyaal zijn naar iemand en toch zeggen: ’ik zie wat je belangrijk vindt, maar ik kan het niet honoreren omdat ik daarmee het belang van een ander schaadt –of dat van mezelf’.
Het mooie van de typering van loyaliteit als een behoefte is dat hij lastig te veinzen is. Als je het niet echt voelt zal in je gedrag doorschemeren dat je loyaliteit naar derden of naar jezelf stelselmatig voorrang krijgt, met als gevolg dat het vertrouwen dat de ander in je stelt afneemt.
Het antwoord op de vraag ‘hoe verdien je vertrouwen’ is dus: ‘door loyaal te zijn’. Degene die voelt dat de ander hem niet (meer) vertrouwt , dient dus bij zichzelf te rade te gaan of hij die loyaliteit (nog) daadwerkelijk voelt. Vervolgens is de vraag of: ‘waarom voelt de ander mijn loyaliteit niet?’, ofwel ‘waar ben ik mijn loyaliteit aan de ander kwijtgeraakt?’ In de reflectie die deze vraag in gang zet, zullen zich je antwoorden ontvouwen om het vertrouwen van de ander (terug) te verdienen
Annemarie Mars, juni 2012
Hoofdstuk 18 van De functie van frictie gaat over vertrouwen.
Iedereen kan in zijn werk wel eens te maken krijgen met een ‘alfa-manager’. Dat woord komt van ‘alfa-mannetje’, een term die biologen gebruiken voor het dier dat in een groep gezien zijn machtsvertoon overduidelijk de leiding heeft.
In organisaties wil ik het woord alfa-manager reserveren voor leiders (mannen én vrouwen!) die zich kenmerken door de combinatie (erg) koud en (erg) dominant.
Lees meer →
Als mensen gewoon meteen omarmen wat jij wilt veranderen zou het werk en het leven een stuk makkelijker zijn.
De praktijk is (gelukkig) anders. Mensen reageren verschillend op verandering: de een gaat over tot de orde van de dag, de ander verzet zich, weer een ander stelt vragen en de volgende gaat toegewijd aan de slag.
Ik noem die reacties ontkenning, weerstand, reflectie en commitment. Hoe herken je die reacties en hoe ga je ermee om?

Ontkenning
Mensen in ontkenning beseffen zich niet of nauwelijks dat er een verandering speelt die ook op hen van toepassing is. De verandering komt niet binnen – misschien omdat ze er nog te weinig over gehoord hebben of omdat ze nergens last van hebben.
De valkuil bij het omgaan met ontkenning is dat je (in een verandering ‘van A naar B’) praat over B terwijl ze nog niet los zijn van A. Die tekst glijdt langs ze heen. Die kans is groter als je verhaal doorspekt is van met jargon en containerbegrippen. De reactie is dan: “Dat gaat niet over mij” of “Dat doe ik al”.
Wat werkt wel? Deel jouw gevoel over de situatie. Soms is alleen het delen van je verlangen naar B genoeg, vaker is ook je pijn over A nodig. Dan kaart je aan wat er misgaat als jullie in A blijven. Voelbaar gemaakt met beelden en ervaringen en onderbouwd met feiten.
Weerstand
Weerstand is de wrijvingsenergie die vrijkomt als mensen beseffen dat verandering aan de orde is. Het is een mengeling van bezwaren (“ik ben het er niet mee eens”), belangen (“ik verlies iets dat me dierbaar is”) en emoties (“ik ben gefrustreerd, bang, boos of verdrietig”).
De grootste valkuil bij deze reactie is weerstand tegen weerstand. Je wordt ongeduldig of geïrriteerd over de afwerende reactie van de ander. Hoe menselijk ook, het is niet productief. Het beschadigt de relatie én weerhoudt je ervan te onderzoeken wat er echt aan de hand is.
Die verkenning is om op twee manieren essentieel; de ander voelt je erkenning van zijn gevoel en je kunt de antwoorden vinden die passen bij jouw situatie.
Reflectie
Mensen in reflectie erkennen dat de verandering komt en dat zij daar zelf een rol in hebben. Maar ze zijn nog zoekende: ze zijn onzeker, voelen zich nog niet bekwaam, stellen vragen en hebben behoefte aan hulp.
Jouw uitdaging is om aangesloten te blijven op hun vragen. Reflectie vraagt een veranderaar in de rol van begeleider die de ander helpt zijn eigen antwoorden te vinden.. Als je zelf antwoorden blijft zenden zonder te weten of de ander daar een vraag over had, zal reflectie afnemen of vallen ze terug in weerstand omdat ze zich niet erkend voelen in hun zoektocht.
Commitment
Mensen in commitment begrijpen de verandering en omarmen hem. En dus doen ze B, omdat ze het willen.
De valkuil is dat je mensen in commitment loslaat omdat je denkt dat je klaar bent. Maar commitment is kwetsbaar en vraagt onderhoud. En je geeft onbedoeld het signaal af dat weerstand wel je aandacht krijgt en commitment niet.
Annemarie Mars, juni 2011 (bewerkt december 2025)
Lees hoofdstuk 1 van Hoe krijg je ze mee? of deel 3 van De functie van frictie om je verder te verdiepen in deze reacties op verandering.